

Op de elfde dag van onze reis hadden we een nogal vol programma. We zijn begonnen met een ontbijt in het hotel in Wassen. Het was een drukte van jewelste in de ontbijtzaal. Tientallen vliegen poogden een hapje mee te eten van het uitgestalde lekkers.
Na het ontbijt zijn we vertrokken voor de eerste etappe van de dag. Van Wassen naar het Landwasserviaduct. Vanaf een parkeerplaats in de buurt was het nog een klein eindje lopen naar het viaduct.



Rond het viaduct zaten erg veel vlinders, zoals het groot dikkopje. Deze dagvlinder houdt van vochtig grasland en kan tot een hoogte van meer dan 2000 m voorkomen. Het Landwasserviaduct staat ruim 1000 m boven de zeespiegel.


Hieronder een bij op een blauwe knoop.





De amandeloogerebius komt lokaal voor in de bergen in het zuiden van Midden-Europa. Deze vlinders zitten meestal met gesloten vleugels op een bloem. Het is een kwestie van geduld als je de bovenkant van de vleugels wil zien.

Boven de mooie blauwe ijsvogelvlinder. Deze zwart-witte vlinder met kleine blauwe stipjes op de vleugels komt vooral voor in Zuid-Europa, maar wordt ook wel in de bergen van Midden-Europa gezien.



In Nederland kom je de grote parelmoervlinder weinig tegen. In andere delen van Europa is het een wijd verspreide soort.

Boven een kluwenklokje, in Nederland zeldzaam maar in de meeste delen van Europa vrij algemeen.
Onder een groot geaderd witje. Bij de Gelmerbahn hadden we al een paar van deze vlinders op een intiem moment betrapt.


Hierboven een bleek blauwtje. Een van de vele leden uit de familie van de blauwtjes. Deze soort wordt in Nederland zelden gezien. In Midden-Europa is het bleek blauwtje wijd verspreid.
Onder een vijfvlek-sint-jansvlinder. Dit is een nachtvlinder die ook overdag actief is.

Met de klokjes en de donker violetgekleurde donkere akelei kwamen we aan het eind van de wandeling bij het Landwasserviaduct.


Geen opmerkingen:
Een reactie posten